Wet Werk en Zekerheid

 


De Eerste Kamer is op 10 juni 2014 akkoord gegaan met de Wet Werk en Zekerheid. Dit betekent onder meer dat werknemers met een tijdelijk contract vanaf 1 juli 2015 al na twee jaar in plaats van drie jaar aanspraak krijgen op een vast contract. De periode tussen twee contracten waarbinnen contracten als opeenvolgend worden gezien, wordt verlengd van drie naar zes maanden. Ook komt er vanaf 1 juli 2015 één vaste route voor ontslagen. Ontslag om bedrijfseconomische redenen en wegens langdurige arbeidsongeschiktheid gaat altijd via het UWV; ontslag om andere redenen gaat via de kantonrechter. Werknemers die ten minste twee jaar in dienst zijn geweest krijgen een transitievergoeding van maximaal 75.000 euro die bijvoorbeeld gebruikt kan worden voor scholing. De maximale duur van door de overheid betaalde WW wordt van 1 januari 2016 tot 2019 stapje voor stapje teruggebracht van 38 naar 24 maanden. Werkgevers en werknemers kunnen in de cao afspraken maken om de WW-uitkeringen na 24 maanden – tot 38 maanden – aan te vullen.


Tijdpad wijzigingen


Per 1 januari 2015


  • Concurrentiebeding niet langer toegestaan bij contract bepaalde tijd

  • Aanzegtermijn van één maand bij contract van bepaalde tijd van zes maanden of langer

  • Proeftijd bij tijdelijk contract van een half jaar verboden

  • Doorbetalen oproepkrachten, beperken nul-urencontracten


Per 1 juli 2015


  • Ketenbepaling bij vierde arbeidsovereenkomst of na twee jaar een vast contract: drie maanden uit diensttreding om opnieuw te beginnen wordt verlengd 6 maanden

  • UWV wordt standaard ontslagroute

  • Transitievergoeding in plaats van ontslagvergoeding


Per 1 januari 2016


  • WW-duur wordt in stappen afgebouwd


Volledige tekst:


Ruime steun in de Eerste Kamer voor de Wet Werk en Zekerheid


Mensen met een tijdelijk contract hebben vanaf januari 2015 meer rechten, zowel vaste als tijdelijke werknemers krijgen bij ontslag een vergoeding, en de WW richt zich meer op het snel vinden van werk. Dit is de kern van de Wet Werk Zekerheid van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid die vandaag met ruime steun van de VVD, PvdA, D66, CDA, SGP, GroenLinks en de CU, in de Eerste Kamer is aangenomen.


Minister Asscher is verheugd met de steun voor zijn wet: ‘Ik ben blij met het brede draagvlak voor deze belangrijke wet. Eerst bij werkgevers en werknemers en nu bij de  Tweede en Eerste Kamer. Een jaar na het afsluiten van het sociaal akkoord is de Wet Werk en Zekerheid een feit. We mogen geen  tweedeling accepteren, daarom krijgen mensen met tijdelijke contracten meer recht op fatsoenlijke arbeidsvoorwaarden en worden de ontslagvergoedingen eerlijker verdeeld.’


Flex


Werknemers met een tijdelijk contract krijgen vanaf 1 juli 2015 niet na drie jaar, zoals nu, maar al na twee jaar aanspraak op een vast contract om te voorkomen dat werknemers te lang en tegen hun zin op opeenvolgende tijdelijke contracten voor dezelfde werkgever werken. De tussenpoos waarbinnen contracten als opeenvolgend worden gezien, wordt verlengd  van drie naar zes maanden, waardoor draaideurconstructies worden tegengegaan,  en het gebruik van nul-urencontracten wordt beperkt. Ook wordt de ontslagbescherming van payrollwerknemers verbeterd.


Ontslag


Er komt vanaf 1 juli 2015 één vaste route: ontslag om bedrijfseconomische redenen en wegens langdurige arbeidsongeschiktheid gaat altijd via het UWV en ontslag om andere redenen gaat via de kantonrechter. Procedures zullen minder tijd en daarmee geld kosten. Nu krijgt de ene werknemer, via de kantonrechter, een gouden handdruk, terwijl de andere werknemer, via het UWV, zonder vergoeding op straat komt te staan. Dat verschil komt te vervallen.


Transitievergoeding


Alle werknemers krijgen vanaf 1 juli 2015 recht op deze vergoeding, als zij ten minste 2 jaar in dienst zijn geweest, die bijvoorbeeld gebruikt kan worden voor scholing om over te stappen naar een andere baan of een ander beroep. Voor kleine bedrijven komt een overgangstermijn, zij mogen tot 2020 een lagere ontslagvergoeding betalen als zij personeel gedwongen moeten ontslaan vanwege een slechte financiële situatie. De vergoeding wordt maximaal € 75.000, en maximaal een jaarsalaris voor mensen die meer verdienen dan € 75.000 per jaar.


WW


De maximale duur van door de overheid betaalde WW wordt van 1 januari 2016 tot 2019 stapje voor stapje teruggebracht van 38 naar 24 maanden. Werkgevers en werknemers kunnen in de cao afspraken maken om de WW-uitkeringen na 24 maanden – tot 38 maanden – aan te vullen.
Minister Asscher heeft met de werkgevers en vakbonden afgesproken dat werknemers die hun baan verliezen zo snel mogelijk van werk naar werk worden begeleid om zo kort mogelijk werkloos te hoeven zijn. Van mensen die langer dan een half jaar in de WW zitten, wordt verwacht dat ze al het beschikbare werk aanvaarden. Als mensen dan minder loon krijgen dan de WW-uitkering bedraagt, wordt dat bedrag aangevuld vanuit de WW, zodat werken vanuit de WW altijd loont.